12 tot 18 jaar

Het kind zit in de puberale fase van de ontwikkeling. Hij groeit hard en gaat op zoek naar zijn eigen identiteit.

Motoriek

De armen en benen van het kind worden langer. Daardoor kan hij wat onhandig en slungelig overkomen, omdat de coördinatie van zijn lange spieren nog niet in evenwicht is.

Sociaal-emotioneel

Het zelfbeeld van het kind verandert. Hij leert zichzelf steeds beter kennen en hij kan beter omschrijven wat zijn unieke kenmerken zijn. Hij kan zich gaan identificeren aan anderen (bijvoorbeeld een idool). Hij maakt vrienden, waarbij sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen. Het kind maakt zich los van zijn ouders. Hij wil experimenteren en meer vrijheid. Het kind groeit naar zelfstandigheid.

Verstandelijk ontwikkeling

Het kind beseft eerst nog niet wat de gevolgen zijn van zijn gedrag. Naarmate hij ouder wordt, leert hij daar wel rekening te houden en wat de effecten zijn op de langere termijn. Hij krijgt steeds meer grip op zijn eigen gedrag en is in staat om keuzes te maken die beredeneerd zijn. Hij kan abstract denken over gedrag, zoals bijvoorbeeld trouw, vriendschap of rechtvaardigheid. Ook ontwikkelt hij het vermogen om logisch te redeneren met hypothetische* problemen.

* veronderstelling; een stelling die nog niet bewezen is

Reageren is niet mogelijk