3 tot 4 jaar

Een kind tussen de drie en vier jaar leert beter zijn evenwicht te bewaren en kan op één been staan en hoger springen. Hij leert regels, maakt vriendjes en krijgt zelfkennis en zelfvertrouwen. Het kind maakt langere zinnen en praat duidelijker.

11126914_sMotoriek

Een kind in deze leeftijdsfase leert knippen en hogere torens te bouwen. Op volwassen wijze kan hij een pen of potlood vasthouden. Het kind kan zichzelf al een beetje aankleden en de veters van de schoenen lostrekken. Hij leert fietsen met zijwieltjes en op zijn tenen te staan en te lopen.

Sociaal-emotioneel

Contact met andere kinderen wordt belangrijker. Het kind gaat samen spelen met andere kinderen en wacht bij het spelen op zijn beurt. Soms maakt hij al vriendjes. Het kind begint zich in te leven in anderen en hij leert zijn eigen gevoelens steeds beter te uiten. Hij wordt zich ook meer bewust van emoties en gevoelens van andere kinderen en mensen. Het kind ontwikkelt een eigen identiteit.

Spraak en taal

Het kind spreekt in korte zinnen en vertelt kleine verhaaltjes. Hij kan eenvoudige vragen beantwoorden en kleine tweevoudige opdrachtjes uitvoeren. Voor vreemden is het kind steeds beter te verstaan. Hij verbetert de zinsopbouw en leert veel nieuwe woordjes. Het kind wil alles weten en stelt daarom veel vragen. Hij leert ook letters herkennen en begrijpen.

Groei

Tussen de drie en vier jaar groeit een kind gemiddeld 8 centimeter in de lengte.

Reageren is niet mogelijk