4 tot 6 jaar

Een kind tussen de vier en vijf jaar heeft al aardig controle over zijn lichaam. Evenwicht speelt hierbij een belangrijke rol. De bewegingen worden fijner en gecontroleerder. Hij gaat naar school en wordt zelfstandiger en socialer.

Motoriek

Controle over het eigen lichaam gaat steeds beter. Het kind leert fietsen zonder zijwieltjes en op andere manieren zijn evenwicht te behouden: op één been staan, op één been hinkelen en klimmen en klauteren. Het kind kan zich aankleden en uitkleden.

Sociaal-emotioneel

Het kind gaat actiever en zelfstandiger op zoek naar contact met andere kinderen. Door te spelen met andere kinderen leert het kind om te gaan met regels en conflicten. Hij speelt rollenspellen, bijvoorbeeld ‘vadertje en moedertje’. Het kind leert in zijn spel om met angsten en conflicten om te gaan en ze te overwinnen. Hij kan helemaal opgaan in fantasiespel. Hij kan zijn emoties beter sturen, is in staat om iets anders te bedenken als hij zijn zin niet krijgt en begint te onderhandelen met volwassenen. Ook kan het kind zijn gedrag steeds beter aan passen aan de situatie.

Spraak en taal

Op deze leeftijd maakt het kind zinnen, die steeds langer worden. Hij kent veel woorden en leert er elke dag nieuwe woorden bij.

Groei

Een kind groeit in deze leeftijdsfase ongeveer 6 cm per jaar. Sommige kinderen kunnen sneller groeien en last krijgen van groeipijn.

Reageren is niet mogelijk