9 tot 12 jaar

Het kind kan steeds meer verantwoordelijkheid dragen. Hij groeit snel en heeft goede controle over zijn lichaam. In deze leeftijdsfase komt hij in de (pre)puberteit.

Sociaal-emotioneel

Het kind is beter in staat om zich te verplaatsen in de gevoelens, wensen en situaties van anderen. Hij leert om te luisteren naar anderen, om samen te werken en om zichzelf te beheersen.

Spraak en taal

De zinsbouw en de spelling van het kind worden steeds beter. Hij leert de regels van de grammatica beter kennen en hij kan alle klanken goed uitspreken. In deze leeftijdsfase kan het kind zich steeds beter zijn mening geven.

Verstandelijk ontwikkeling

Het kind kan steeds zelfstandiger werken en leert om zelf problemen op te lossen. Hij krijgt een bredere interesse en het vermogen om abstract te denken groeit. Zijn geheugencapaciteit groeit.

Groei

In deze leeftijdsfase groeit het kind heel snel. Hij kan een groeispurt doormaken.

Reageren is niet mogelijk