Pasgeboren

Een pasgeboren, voldragen baby weegt meestal tussen de 2500 en  4500 gram. De lengte ligt meestal tussen de 47 en 54 centimeter. In de eerste week na de geboorte verliest de baby meestal gewicht. Dit mag oplopen tot 10 procent van het geboortegewicht. Daarna neemt het gewicht vaak weer toe. De baby kan de stem en geur van zijn moeder herkennen.

APGAR score

De verloskundige, gynaecoloog of kinderarts meet één minuut, vijf minuten en tien minuten na de geboorte de gezondheid van een baby aan de hand van een APGAR score. Een aantal belangrijke eigenschappen worden gemeten: huidkleur, hartslag, reflexen, spierspanning en ademhaling. Uit deze meting komt een bepaalde score tussen de 0 en 10, waardoor de medische professional kan beoordelen of er medische hulp noodzakelijk is. De meeste pasgeboren baby’s scoren tussen de 7 en 10.

Hielprik en gehoortest

Bij alle pasgeboren baby’s wordt 3-5 dagen na de geboorte een beetje bloed afgenomen dat onderzocht wordt op 17 ziekten. Deze aandoeningen zijn niet te genezen, maar als ze op tijd worden opgespoord, zijn ze wel goed te behandelen. Vanaf 1 januari 2007 wordt het bloed van pasgeboren baby´s onderzocht op de aanwezigheid van 17 ziekten: 14 stofwisselingsziekten, een erfelijke bloedziekte, een aangeboren schildklierziekte en een bijnierafwijking.

Voor de taalontwikkeling en om goed te leren praten, is een goed gehoor belangrijk. Daarom wordt er ook een gehoortest afgenomen.

Reageren is niet mogelijk